Wat is jachtgedrag en is het ongewenst?

Bij veel honden wordt het jachtinstinct (want het is een aangeboren eigenschap) opgewekt zodra zich een dier of mens snel van de hond af beweegt. De mate van jagen is per ras en zelfs per individuele hond verschillend.

Sterk generaliserend kan gesteld worden dat hoe meer de hond qua uiterlijk lijkt op de wolf, hoe beter zijn jachtinstinct ontwikkeld is. Lange snuiten en rechtopstaande oren jagen uitstekend, korte snuiten en hangende oren een stuk minder.

De meeste honden jagen echter ‘voor de lol’ en willen eigenlijk alleen maar heel hard rennen en beweging stilzetten. Daarna is de lol voorbij. Sommige exemplaren (zoals de Alaska malamute) jaagt echt om te grijpen, te doden, te ontleden en te consumeren.

Jagen en verjagen

De jagers zijn de honden die echt een prooi achtervolgen en (geremd) grijpen. Zij doen dit meestal geluidloos. De verjagers – vaak de bewakers – maken juist heel veel geluid en achtervolgen niet.

Ze mogen immers huis en haard niet in de steek laten. Zo heeft de Rottweiler nagenoeg geen jachtinstinct maar verjaagt als de beste. Ook kuddebewakers kunnen enorm veel geluid maken om zo een eventueel roofdier te storen en af te leiden waarna de jacht wordt afgebroken.

Heldhaftige verhalen van grote berghonden die gezamenlijk hele wolvenroedels uitmoorden zijn prachtig voor ‘s avonds bij de open haard met een stevige borrel maar veel hout snijden ze niet.

Roofdierpatroon

De mate van jachtinstinct wordt weergegeven door het zogenaamde roofdierpatroon. Dat ziet er als volgt uit:

oriënteren -> fixeren -> besluipen -> achtervolgen -> grijpen/bijten -> doden -> ontleden -> consumeren

Pups hebben bij hun geboorte het minst ontwikkelde patroon wat bestaat uit oriënteren (waar is de tepel) -> consumeren (drinken). Naarmate de hond zich verder ontwikkelt, wordt het roofdierpatroon soms sterker en soms ook niet.

Hier is duidelijk een verband met de ontwikkeling van het uiterlijk van de hond. Honden die als volwassen hond nog altijd sterk lijken op een pup (korte snuit, grote ogen) hebben een slecht ontwikkeld roofdierpatroon. Zij kunnen vaak niet eens fixeren of doen een poging maar het maakt geen indruk.

Voor wie het interessant vindt, zijn twee boeken absolute aanraders: How Dogs Work (Coppinger) en The Dog’s Mind (Fogle).

Ongewenst gedrag?

Net als bij blaffen is jagen in onze maatschappij haast altijd ongewenst. Het aantal losloopgebieden voor honden neemt sterk af vanwege het jagen op bijvoorbeeld wild.

Het jagen zit zo diepgeworteld dat het eigenlijk niet af te leren is. Het is controleerbaar te maken maar daarmee wordt de wens om te jagen niet minder. Zodra de controle (eigenaar) niet aanwezig is, zal menig fervent jagers alsnog de achtervolging inzetten.

In sommige situaties (bij minder gemotiveerde jagers) werkt afleiden en herconditioneren (achter een bal of stok aanjagen) nog wel maar als de drift heel hoog is, is er geen houden aan.

Wie ooit eens Border collies aan het werk heeft gezien bij schapen weet wat ik bedoel …

Deel op facebook
Facebook
Deel op twitter
Twitter
Deel op pinterest
Pinterest
Deel op whatsapp
WhatsApp
nl_NLNederlands